Beleggen met resultaat? Dan is een eerste belangrijke vraag hoeveel risico je bereid bent te nemen. Voor een antwoord moet je meerdere factoren in overweging nemen, zoals je beleggingshorizon, je rendementsverwachtingen en je persoonlijke situatie. De uitkomst is sowieso genuanceerd, want tussen een heel defensief en een heel offensief beleggersprofiel zijn verschillende gradaties mogelijk. Hier alvast een overzicht van de criteria die bij je keuze komen kijken en tips om je eigen risicoprofiel na te gaan. 

Elk beleggersprofiel start bij een vragenlijst

Een beleggersprofiel opmaken gebeurt niet op buikgevoel. Wellicht heb je al een algemeen idee over je risicobereidheid, maar is het nog weinig concreet of niet afgetoetst aan het oordeel van een expert. Daarom werken banken met onderbouwde vragenlijsten die peilen naar de doelstellingen die je voor ogen hebt en de risicobereidheid die daarmee gepaard gaat. Die lijsten zijn geen commerciële tools, maar referentiedocumenten die worden goedgekeurd door wettelijke instanties en toezichthouders.

Om tot een risicoprofiel op maat te komen, is het belangrijk dat je de vragenlijst eerlijk en doordacht invult. Heb je weinig ervaring of is je beleggingskennis beperkt? Dan wil je wellicht minder risico nemen dan een doorgewinterde belegger. En dan zijn er nog andere elementen, zoals je stressbestendigheid, de mate waarin je de controle wil behouden en de termijn waarop je rendement wil behalen. En uiteraard speelt ook je opgebouwde kapitaal een belangrijke rol.

Wat zijn de mogelijke beleggingsprofielen?

De exacte definitie en naamgeving van een beleggingsprofiel verschilt van bank tot bank. Al zijn de grote lijnen dezelfde en heb je meestal de keuze uit vijf profielen die variëren van heel offensief tot heel defensief. Hoe hoger de risicobereidheid, hoe meer er in aandelen zal worden belegd. Wie de risico’s beperkt wil houden, zal meer obligaties in zijn portefeuille hebben. Bij Evi word je als belegger ingedeeld in een van de volgende vijf beleggingsprofielen:

  • Zeer laag risico: Als je het risico sterk wil beperken, maar je kapitaal toch geleidelijk aan wil doen groeien.
  • Laag risico: Als je de risico’s laag wil houden, maar op langere termijn een groei van je vermogen nastreeft.
  • Gemiddeld risico: Als je je bewust bent van de risico’s en in een slecht beleggingsjaar een negatief rendement aanvaardt. Op lange termijn wil je je vermogen doen groeien.
  • Hoog risico: Als je je bewust bent van de risico’s en een aanzienlijke waardedaling aanvaardt in een slecht beleggingsjaar. Op lange termijn wil je je vermogen doen groeien.
  • Zeer hoog risico: Als je je bewust bent van hoge risico’s en aanzienlijke waardedalingen aanvaardt in een slecht beleggingsjaar. Op lange termijn wil je je vermogen doen groeien.

Benieuwd naar onze aanpak? Ontdek je eigen risicoprofiel.