Risico's van beleggen

Door te beleggen maakt u kans op een aantrekkelijk rendement op de lange termijn. Daar horen uiteraard ook risico's bij. Het is belangrijk dat u deze kent alvorens u start met beleggen.

Evi zet de belangrijkste risico's graag duidelijk op een rij.

1. Het koersrisico

De beurskoers van beleggingen in uw portefeuille kan stijgen en dalen. Bij een aandelenbelegging draait alles om de waardering van de onderneming door beleggers. Simpel gezegd: de koers van een aandeel stijgt als de meerderheid van de beleggers positief is over de onderneming en daalt het aandeel als de meerderheid van de beleggers ontevreden is over het bedrijf in kwestie.

Hoe beleggers denken over het aandeel wordt bepaald door de prestaties van de onderneming, de ontwikkelingen binnen de sector en de algemene economische ontwikkelingen.

Het koersrisico daalt als u uw beleggingsportefeuille spreidt over diverse aandelen. Bijvoorbeeld over verschillende landen, sectoren of thema's. Of u kiest voor een beleggingsfonds dat een brede spreiding aanhoudt.

Bij een obligatiebelegging zijn vraag en aanbod van grote invloed op de koers van obligatieleningen. Alles draait om het verschil tussen de rentevergoeding van de obligatie ten opzichte van de rentevergoeding die beleggers kunnen krijgen op de kapitaalmarkt.
(een obligatie kan u aanhouden tot het einde van de looptijd, maar obligatiebeleggers kunnen de leningen ook verhandelen om zo in te spelen op koersschommelingen).
Kan een belegger op de kapitaalmarkt een rente van 5 procent krijgen, dan is een obligatielening die een rente van 3 procent oplevert niet interessant voor beleggers. De koers van deze obligatie zal dan dalen. Is de rente op de kapitaalmarkt 2 procent, dan stijgt de koers van een obligatielening met een rentevoet van 6%.

Ook hier geldt dat spreiding het risico kan verlagen. Bijvoorbeeld door spreiding over leningen met verschillende rentepercentages binnen een obligatiefonds.

2. Het marktrisico

De waarde van uw belegging wordt ook beïnvloed door economische ontwikkelingen. Dit wordt ook wel het marktrisico genoemd. Ondernemingen maken deel uit van de economie en kunnen zich niet onttrekken aan bijvoorbeeld een crisis of recessie. Omgekeerd zullen de meeste bedrijven profiteren als er sprake is van wereldwijde economische groei.

Het marktrisico beïnvloedt de volledige markt en kan dus niet voorkomen worden door spreiding. Door de globalisering zijn markten en sectoren immers steeds meer met elkaar verbonden. De geschiedenis laat echter wel zien dat financiële markten zich op termijn altijd weer herstellen.

3. Het inflatierisico

Op lange termijn daalt door prijsverhogingen van producten en diensten, de koopkracht van uw geld.
Iets om rekening mee te houden, bijvoorbeeld als u belegt om uw pensioenspaarpot verder aan te vullen. Bepaalde beleggingen zijn namelijk gevoeliger voor inflatie dan anderen.
Obligaties worden afgelost tegen hetzelfde bedrag dat de belegger heeft uitgeleend. Door de inflatie is dit bedrag op de aflosdatum waarschijnlijk niet meer hetzelfde waard als toen. De couponrente die de belegger ontvangt, kan dit deels opvangen. Aandelen zijn minder gevoelig voor inflatie, ze kunnen zelfs voor inflatiebescherming zorgen. Dit geldt voor ondernemingen met zogeheten 'pricing power': de kracht om periodiek prijsverhogingen door te voeren.

4. Het valutarisico

Valutarisico ontstaat bij het beleggen in een andere dan de eigen valuta, de euro. Als de koers van die andere valuta daalt in vergelijking tot de euro, dan heeft dit een negatieve invloed op de waarde van uw beleggingen in die andere valuta. De koers van een munt kan om verschillende oorzaken schommelen. Bijvoorbeeld door de economische groei van een land en het financiële beleid dat de overheid voert.

Hoe gaat Evi om met de risico's?